Mongolië – Ontwerpen met wat er al is
Een reis door Mongolië waarin lokaal beschikbare materialen en eeuwenoude ambachtelijke technieken het vertrekpunt vormden voor nieuw ontwerpend onderzoek. Het project laat zien hoe beperkingen kunnen leiden tot innovatie en een diepere waardering voor natuurlijke materialen.
Onderzoeksinformatie
Onderzoek : Ontwerpen met lokale materialen en nomadische ambachten
Locatie : Ulaanbaatar & de Mongoolse steppe
Focus : Vilt, natuurlijke materialen en circulaire maakcultuur
Samenwerking : Lokale ambachtslieden & nomadenfamilies
Mongolië – Ontwerpen met wat er al is
Sommige landschappen veranderen de manier waarop je naar materialen kijkt. Mongolië liet mij zien dat creativiteit vaak groeit wanneer de mogelijkheden kleiner worden, niet groter.
Ik werd uitgenodigd door een Nederlands bedrijf dat samenwerkte met lokale producenten van traditionele viltproducten. Hun ambitie was om samen met Mongoolse ambachtslieden nieuwe producten te ontwikkelen, voortbouwend op eeuwenoude technieken en materialen die lokaal beschikbaar waren.
De reis begon in Ulaanbaatar, waar alles direct anders liep dan gepland. Mijn bagage kwam nooit aan, dus de eerste uitdaging was het vinden van kleding op de lokale markt. Alles bleek een paar maten te klein. De weken daarna was ik waarschijnlijk de enige persoon op de Mongoolse steppe die onbedoeld in een navelshirt rondliep.
Gelukkig verliep het onderzoek zelf een stuk succesvoller. Er was geen atelier, geen voorbereid materiaal en geen programma. Voordat we konden beginnen, moesten we eerst de voorwaarden voor het onderzoek creëren. Langzaam ontstond er een geïmproviseerde werkplaats en uiteindelijk reisden we door naar de uitgestrekte Mongoolse steppe.
Daar verbleven we bij een nomadenfamilie in een traditionele ger. Omringd door eindeloze graslanden waren er geen wegen, geen verkeer, geen fabrieken en nauwelijks sporen van moderne infrastructuur. De stilte, de ruimte en het ritme van het dagelijks leven gaven een totaal andere kijk op het maken.
We leerden de traditionele techniek van het vilten, waarbij wol met water, zeep en de druk van blote voeten wordt omgevormd tot sterke textielen. Samen met de familie onderzochten we de materialen die het landschap bood: schapenwol, kameelhaar, leer, grassen, wilde bloemen en natuurlijke pigmenten. Elk materiaal kwam rechtstreeks uit de omgeving of van de dieren die met de nomaden meereisden.
We bezochten ook een traditionele ger-bouwer en zagen hoe iedere constructie volledig werd opgebouwd uit lokaal beschikbare materialen en kennis die al generaties lang wordt doorgegeven. Terug in Ulaanbaatar bezochten we musea en lokale markten, waar we borduurwerk, weeftechnieken en traditionele interieurs bestudeerden. Elk object vertelde een verhaal over klimaat, landschap en een nomadische manier van leven.
Op een avond bezochten we een oude vriend die we jaren eerder in Nederland hadden ontmoet. Hij ontving ons in zijn huis en gaf een privé-uitvoering van traditionele Mongoolse boventoonzang. Die eeuwenoude muziek in zo'n persoonlijke setting beleven, werd een van de meest bijzondere momenten van de reis en gaf opnieuw een inkijk in de rijkdom van de Mongoolse cultuur.
Wat mij het meest opviel, was niet wat er beschikbaar was, maar hoe zorgvuldig alles werd gebruikt.
Nomaden bezitten alleen wat ze kunnen meenemen. Er zijn geen overvolle schuren, geen eindeloze voorraad materialen en geen overbodige spullen. Elk object heeft een functie, elk materiaal heeft waarde en met iedere grondstof wordt zorgvuldig omgegaan. Leven met weinig had geleid tot een indrukwekkende cultuur van vindingrijkheid.
Wat mij daarnaast fascineerde, was dat vrijwel ieder materiaal weer veilig terugkeerde naar de natuur. Wol, leer, hout, grassen en natuurlijke pigmenten bevatten geen synthetische toevoegingen en lieten geen blijvende vervuiling achter. Het landschap leverde de materialen en na verloop van tijd werden die materialen vanzelf weer onderdeel van datzelfde landschap.
Dat werd de kern van ons onderzoek.
We onderzochten de creatieve mogelijkheden van de materialen die al onderdeel waren van het landschap. Eén experiment richtte zich op het verwerken van grassen en wilde bloemen in vilt, waarmee zowel de schoonheid als de uitdaging van natuurlijke materialen zichtbaar werd. Handgemaakte materialen laten zich niet standaardiseren. Iedere vezel, iedere stengel en ieder natuurlijk pigment heeft een eigen karakter. Door juist met die variatie te ontwerpen, kreeg ieder object een directe relatie met het landschap waaruit het was ontstaan.
Mongolië liet mij zien dat beperkingen vaak de bron zijn van innovatie. Werken met een klein palet aan materialen dwong ons beter te kijken, zorgvuldiger te experimenteren en de kwaliteiten te waarderen die industriële productie vaak probeert weg te werken.
Die ervaring vormt nog altijd een belangrijk onderdeel van mijn manier van ontwerpen. Ieder landschap bezit al waarde. Ontwerpen begint met het herkennen van wat er al is en het zichtbaar maken van het potentieel dat daarin verborgen ligt.