DIGGELS – How does that glass end up in the DCA's terrace tables?
Een onderzoek naar de eerste toepassing van Xiriton in meubelontwerp. Door de Bauhaus Chair en een servicemeubel als uitgangspunt te nemen, verkent dit project de mogelijkheden van biobased materialen voor duurzame meubel- en architectuurtoepassingen.
Onderzoeksinformatie
Onderzoek : Toepassing van Xiriton in meubelontwerp
Ontwerp : Studio Melle Koot
Materiaal : Xiriton (olifantsgras, kalk en schelpenzand), Douglashout
Materiaalontwikkeling : André Schuijt & Frank Bucher
Diggels Terrace Tables
The terrace tables at Duurzaamheidscentrum Assen are made from recycled glass, transforming a familiar waste stream into a durable new material.
The glass is collected, processed and melted before being formed into solid tabletops. Rather than disguising its origin, the material retains the visual qualities of glass: its depth, irregularities and subtle variations make every surface unique.
For the DCA terrace, the material became the starting point for a series of outdoor tables. Their simple construction gives the recycled glass centre stage and demonstrates how a material that has reached the end of one life can become the beginning of another.
The film below follows the complete production process inside the factory—from glass to finished table. It offers a rare look behind the scenes at the machinery, craftsmanship and different production stages involved in transforming discarded glass into a new object.
Concept
Diggels
Terrace design
Melle Koot
Commissioned by
Duurzaamheidscentrum Assen
Ontwerp
Studio Melle Koot
Jaar
2026
Onderzoeksgebied
Recycling glass
Materialen
Diggels (Glass and concrete), Douglas wood
Xiriton – Onderzoek naar biobased meubeltoepassingen
Een onderzoek naar de eerste toepassing van Xiriton in meubelontwerp. Door de Bauhaus Chair en een servicemeubel als uitgangspunt te nemen, verkent dit project de mogelijkheden van biobased materialen voor duurzame meubel- en architectuurtoepassingen.
Onderzoeksinformatie
Onderzoek : Toepassing van Xiriton in meubelontwerp
Ontwerp : Studio Melle Koot
Materiaal : Xiriton (olifantsgras, kalk en schelpenzand), Douglashout
Materiaalontwikkeling : André Schuijt & Frank Bucher
Xiriton – Onderzoek naar biobased meubeltoepassingen
De toepassing van Xiriton in meubelontwerp begon met een eenvoudige vraag: Kan dit nieuwe biobased materiaal uitgroeien tot een duurzaam en functioneel alternatief voor buitenmeubilair?
Xiriton, ontwikkeld door André Schuijt en Frank Bucher, bestaat uit een recept van olifantsgras (Miscanthus), kalk en schelpenzand. Hoewel het materiaal al was ontwikkeld, was het nog nooit toegepast in meubelontwerp.
Om de mogelijkheden te onderzoeken, vertaalde Studio Melle Koot de bestaande Bauhaus Chair naar een speciale uitvoering in Xiriton. Het uitgangspunt was niet om een nieuwe stoel te ontwerpen, maar om het bestaande ontwerp technisch aan te passen aan de eigenschappen van het materiaal. De karakteristieke vorm bleef volledig behouden, terwijl de constructie, toleranties en verbindingen opnieuw werden uitgewerkt. Daarbij is het ontwerp volledig opgebouwd uit steekverbindingen en mechanische verbindingen. De Bauhaus Chair vormt daarmee de eerste toepassing van Xiriton in een meubel.
Het onderzoek beperkte zich niet tot de stoel. Vanuit dezelfde ontwerpprincipes werd ook een servicemeubel ontwikkeld. Dit meubel biedt ruimte voor afvalscheiding en voor het verzamelen en opbergen van dienbladen. Tegelijkertijd onderzocht het hoe Xiriton zich gedraagt in grotere constructieve onderdelen en hoe het materiaal zich laat verwerken binnen een functioneel meubel.
Het ontwikkelproces bestond uit het ontwerpen van mallen, het storten van het materiaal, het maken van prototypes en het testen van constructies en verbindingen. Elke stap leverde nieuwe inzichten op over het gietproces, de maatvastheid, de afwerking en de mechanische eigenschappen van het materiaal.
Het onderzoek laat zien dat innovatie niet altijd begint met een nieuwe vorm, maar juist met een nieuw materiaal. Door een bestaand ontwerp als uitgangspunt te nemen, kon alle aandacht uitgaan naar de technische ontwikkeling en de toepassingsmogelijkheden van Xiriton.
De eerste meubels worden inmiddels dagelijks gebruikt en vormen een belangrijke stap in de verdere ontwikkeling van Xiriton als duurzaam materiaal voor toekomstige meubel- en architectuurtoepassingen.
Onderzoek
Toepassing van Xiriton in meubelontwerp
Ontwerp
Studio Melle Koot
Materiaalontwikkeling – Xiriton
André Schuijt & Frank Bucher
Jaar
2026
Onderzoeksgebied
Biobased materialen · Meubelconstructie · Prototypeontwikkeling · Buitenmeubilair
Materialen
Xiriton (olifantsgras, kalk en schelpenzand), Douglashout
TextielMuseum – Designing Infinity
Een gezamenlijk onderzoek met Casper Bodewitz naar de mogelijkheden van industriële weeftechnieken. In het TextielLab werd onderzocht hoe één geweven systeem eindeloze variaties kan genereren zonder telkens opnieuw te ontwerpen.
Onderzoeksinformatie
Initiatief : Self-initiated research
Subsidie: Stimuleringsfonds Creatieve Industrie
Samenwerking : Casper Bodewitz
Locatie : TextielLab, Tilburg, Nederland
TextielMuseum – Designing Infinity
Samen met ontwerper Casper Bodewitz onderzocht Studio Melle Koot hoe het principe van oneindig ontwerpen kan worden toegepast binnen weeftechnieken. Tijdens een intensieve onderzoeksperiode in het TextielLab van het TextielMuseum in Tilburg werden verschillende weefmachines, productietechnieken en materiaalmogelijkheden verkend.
Het onderzoek richtte zich op de vraag hoe een geweven structuur niet alleen een eindproduct kan zijn, maar ook een flexibel systeem waarmee variatie ontstaat zonder telkens opnieuw te ontwerpen. Door de mogelijkheden en beperkingen van industriële weefprocessen te onderzoeken, ontstond een beter begrip van hoe standaardisatie en ontwerpvrijheid elkaar kunnen versterken.
Initiative
Self-initiated research
Funding
Stimuleringsfonds Creatieve Industrie
Collaboration
Casper Bodewitz
Location
TextielLab, Tilburg, The Netherlands
Eiteweert
Een architectonisch onderzoek naar de transformatie van een voormalige boerderij en herberg. Door een landschap van plateaus en niveauverschillen ontstaat één gedeelde ruimte waarin wonen, werken en ontmoeten vanzelfsprekend samenkomen.
Onderzoeksinformatie
Onderzoek : Transformatie van Eiteweert
Locatie : Matsloot, Groningen, Nederland
Focus : Ruimtelijke organisatie, wonen en gemeenschap
Principe : Hexagonaal ruimtelijk raster (honingraat)
Eiteweert
Dit onderzoek richtte zich op de transformatie van Eiteweert, een voormalige boerderij en herberg in het landschap van Matsloot, ten westen van Groningen. De grote schuur bood volop ruimte, terwijl het dagelijks leven zich grotendeels afspeelde in een klein deel van het gebouw. Dat leidde tot één centrale onderzoeksvraag:
Hoe kan één ruimte plaats bieden aan uiteenlopende activiteiten én tegelijkertijd verbinding creëren?
Het antwoord ontstond door het hart van het huis naar het midden van de schuur te verplaatsen. In plaats van een traditionele indeling met kamers en gangen, ontstond een ruimtelijk landschap van plateaus, niveauverschillen en trappen waarin wonen, werken, maken en ontmoeten samenkomen.
Ieder plateau kreeg een eigen karakter en functie. Er ontstond ruimte om te lezen, studeren, naaien, werken, spelen of juist even in alle rust te zijn. Tegelijkertijd bleef iedereen visueel met elkaar verbonden, waardoor verschillende activiteiten gelijktijdig konden plaatsvinden en het gevoel van samenzijn vanzelfsprekend aanwezig bleef.
Om deze ruimtelijke rijkdom te organiseren, werd de geometrie van een honingraat als uitgangspunt genomen. Het hexagonale raster bracht ritme en logica in de verdeling van de plateaus, zichtlijnen en functies. Niet als een letterlijk ontwerp, maar als een ruimtelijk principe dat verbinding en samenhang creëert.
De bestaande houten draagconstructie bleef zichtbaar en werd een vanzelfsprekend onderdeel van de nieuwe architectuur. Grote openingen en zorgvuldig geplaatste zichtlijnen trekken het omliggende landschap diep het gebouw binnen, waardoor binnen en buiten steeds meer met elkaar verweven raken.
Dit onderzoek laat zien hoe architectuur ruimte kan creëren voor individuele activiteiten én tegelijkertijd ontmoeting, overzicht en verbondenheid kan versterken.
Gastdocent – Academie Minerva
Als gastdocent aan Academie Minerva begeleidde Studio Melle Koot studenten in projectweken waarin nieuwsgierigheid, materiaalexperiment en zelfstandig denken centraal stonden. Het proces en de ontdekking waren even belangrijk als het uiteindelijke ontwerp.
Onderzoeksinformatie
Rol : Gastdocent
Instituut : Academie Minerva
Locatie : Groningen & Schiermonnikoog, Nederland
Focus : Ontwerpend onderwijs en materiaalexperiment
Gastdocent – Academie Minerva
Een van de interessantste vormen van ontwerponderzoek ontstaat wanneer er niet één goed antwoord bestaat.
Als gastdocent aan Academie Minerva in Groningen begeleidde ik groepen van ongeveer twintig studenten tijdens intensieve projectweken. In plaats van een vaste ontwerpmethode aan te leren, daagde ik studenten uit om hun eigen manier van kijken, experimenteren en maken te ontwikkelen.
Eén van de projectweken begon met een eenvoudige opdracht:
Als jij een vogel zou zijn, wat voor nest past dan bij jouw identiteit?
Iedere student ontwierp en bouwde een vogelhuis dat de eigen persoonlijkheid vertaalde naar de denkbeeldige identiteit van een vogel. Hout vormde het belangrijkste materiaal, maar verder was alles vrij. Daardoor ontstonden totaal verschillende ontwerpen: speels, poëtisch, functioneel of juist heel eigenzinnig. Aan het einde van de week kwamen alle vogelhuizen samen in één gezamenlijke presentatie, als een denkbeeldige stad waarin ieder huis een eigen plek en karakter kreeg.
Een tweede projectweek vond plaats op Schiermonnikoog.
In plaats van direct in een werkplaats te beginnen, trokken we eerst het eiland op. Op het strand, in de duinen en in het bos verzamelden studenten materialen die zij interessant vonden. Zeewier, grassen, schelpen, zand, klei, konijnenkeutels en drijfhout werden het vertrekpunt voor nieuw onderzoek. Terug op de academie onderzochten de studenten de mogelijkheden van deze materialen, zonder vooraf vastgelegde technieken of gewenste uitkomsten. Ze experimenteerden met pigmenten, bindmiddelen, structuren, texturen en constructies en ontdekten zo nieuwe eigenschappen van materialen die iedereen dacht al te kennen.
De eindpresentatie liet niet alleen de resultaten zien, maar vooral ook het onderzoek erachter. Experimenten, mislukkingen, materiaalproeven en ontdekkingen maakten net zo goed deel uit van de tentoonstelling als de uiteindelijke objecten.
Deze projectweken lieten zien dat creativiteit groeit vanuit nieuwsgierigheid. Wanneer studenten de ruimte krijgen om aandachtig te observeren, vrij te experimenteren en op hun eigen ontdekkingen te vertrouwen, ontstaan ideeën die zich niet laten voorspellen.
ANWB-paddenstoel – Een icoon opnieuw ontworpen
Een herontwerp van de iconische ANWB-paddenstoel waarin traditionele ambachten en biobased materialen samenkomen. Voor het Zuiderzeemuseum werd onderzocht hoe een herkenbaar openbaar object een duurzame en eigentijdse toekomst kan krijgen.
Onderzoeksinformatie
Opdrachtgever : Zuiderzeemuseum
Locatie : Enkhuizen, Nederland
Focus : Biobased productontwerp & erfgoed
Materialen : Accoya, sisaltouw, PLA-jutecomposiet
ANWB-paddenstoel – Een icoon opnieuw ontworpen
Sommige objecten zijn zo vanzelfsprekend geworden dat we ze nauwelijks nog zien. De iconische ANWB-paddenstoel wijst al tientallen jaren de weg aan wandelaars en fietsers in heel Nederland. Dit onderzoek verkende hoe zo'n alledaags object opnieuw ontworpen kan worden met biobased materialen, terwijl tegelijkertijd een verbinding wordt gelegd met een traditionele Nederlandse techniek.
Het project werd uitgevoerd in opdracht van het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen, een van de best bezochte openluchtmusea van Nederland. Het museum brengt het dagelijks leven van ruim honderd jaar geleden tot leven met authentieke gebouwen, ambachten en vakmensen. Bezoekers zien er een smid aan het werk, stoelen die met de hand worden gevlochten, paling die wordt gerookt en talloze andere technieken die al generaties lang worden doorgegeven.
Een aantal hedendaagse Nederlandse ontwerpers werd uitgenodigd om een traditionele techniek of materiaal te vertalen naar een eigentijdse toepassing. Mijn opdracht was om de bekende ANWB-paddenstoel opnieuw te ontwerpen met biobased materialen en tegelijkertijd een betekenisvolle relatie te leggen met historische ambachten.
Verspreid over het museum stonden moderne kunststof paddenstoelen tussen historische gebouwen en handgemaakte objecten. Functioneel voldeden ze uitstekend, maar qua uitstraling en materiaalgebruik voelden ze niet thuis in hun omgeving. De uitdaging was om een paddenstoel te ontwerpen die vanzelfsprekend onderdeel werd van het museum, zonder zijn herkenbare vorm te verliezen.
Een kern van Accoya-hout zorgde voor de constructieve sterkte, terwijl de buitenzijde werd bekleed met gevlochten sisaltouw, een materiaal dat direct verwijst naar traditionele vlecht- en touwtechnieken. De kap werd gemaakt uit hetzelfde biobased PLA-jutecomposiet dat eerder werd ontwikkeld tijdens het Watergloed-onderzoek.
De grootste technische uitdaging was het vormen van de complete kap uit één naadloos geheel. Daarvoor werden speciale mallen ontwikkeld en vele materiaalproeven uitgevoerd. De eerste prototypes scheurden doordat het geweven composiet te ver werd uitgerekt. Juist die experimenten brachten een onverwachte kwaliteit aan het licht: door de lichte vervorming werd het weefpatroon sterker zichtbaar, waardoor het oppervlak meer diepte en een rijkere uitstraling kreeg.
De letters werden geprint in biobased PLA en vervolgens zorgvuldig op de paddenstoel aangebracht.
Dit project laat zien hoe erfgoed en innovatie elkaar kunnen versterken. Traditionele ambachten vormden het vertrekpunt voor een eigentijds openbaar object, gemaakt met hernieuwbare materialen en moderne productietechnieken.
Dit project laat zien dat vrijwel ieder product opnieuw ontworpen kan worden met duurzame materialen, zonder zijn herkenbare karakter te verliezen.
Appie – Eén pallet, één stoel
Een onderzoek naar hoe één houten pallet kan worden getransformeerd tot een comfortabele stoel. Appie verbindt persoonlijke herinneringen met circulair ontwerp en laat zien hoe eenvoud, efficiëntie en maakbaarheid samenkomen in één object.
Onderzoeksinformatie
Onderzoek : Één pallet als complete stoelconstructie
Ontwerp { Studio Melle Koot
Focus : Circulair meubelontwerp & prototypeontwikkeling
Materiaal : Houten pallet
Appie – Eén pallet, één stoel
Sommige ideeën beginnen met een herinnering.
Het vertrekpunt voor dit onderzoek was een eenvoudige houten stoel die in mijn jeugd in onze tuin stond. Op warme zomeravonden zaten we ermee rond het kampvuur, aten we samen en bleven we nog uren napraten. De stoel was opvallend laag, waardoor je grotendeels onder de rook bleef zitten en toch verrassend comfortabel zat. Hij was opgebouwd uit slechts een paar houten planken, maar voelde perfect in balans. Ik ben dit ontwerp nooit ergens anders tegengekomen en vermoed dat het is bedacht door vader Ab. Daarom draagt deze stoel zijn bijnaam: Appie.
Het onderzoek begon met één eenvoudige vraag: Kan één houten pallet een comfortabele stoel worden?
Werken met één pallet werd de uitdaging. Iedere zaagsnede telde. Door juist materiaal weg te nemen ontstond stap voor stap de vorm. Met een reeks prototypes werden de verhoudingen, hoeken en constructie steeds verder verfijnd, totdat de stoel hetzelfde comfort en karakter kreeg als het origineel uit mijn herinnering.
Het project groeide uit tot een oefening in eenvoud en efficiëntie. Eén pallet bleek voldoende voor een complete stoel, terwijl de eenvoudige constructie ervoor zorgt dat hij met basaal gereedschap en vrijwel zonder materiaalverlies gebouwd kan worden.
Belangrijker nog was het inzicht dat herinneringen een bron van innovatie kunnen zijn. De meest waardevolle inspiratie komt niet altijd uit de designgeschiedenis, maar juist uit de alledaagse objecten die ongemerkt een plek in ons leven hebben gekregen.
Het onderzoek leidde uiteindelijk tot een verfijnde uitvoering voor Land van Yemaya in Bellingwolde. Daar staan inmiddels meerdere Appie-stoelen verspreid over het terrein, waar ze bezoekers uitnodigen om even stil te staan, samen te komen rond een vuur of simpelweg van de rust te genieten.
Het ontwerp is bewust eenvoudig gehouden. Ben je geïnspireerd? Gebruik mijn tekeningen, pak een houten pallet en maak je eigen Appie. Ik hoop dat hij onderdeel wordt van veel kampvuren, mooie gesprekken en nieuwe herinneringen.
In die zin is Appie meer dan een stoel. Het is een uitnodiging om te maken, te delen en nieuwe herinneringen te creëren.
Mongolië – Ontwerpen met wat er al is
Een reis door Mongolië waarin lokaal beschikbare materialen en eeuwenoude ambachtelijke technieken het vertrekpunt vormden voor nieuw ontwerpend onderzoek. Het project laat zien hoe beperkingen kunnen leiden tot innovatie en een diepere waardering voor natuurlijke materialen.
Onderzoeksinformatie
Onderzoek : Ontwerpen met lokale materialen en nomadische ambachten
Locatie : Ulaanbaatar & de Mongoolse steppe
Focus : Vilt, natuurlijke materialen en circulaire maakcultuur
Samenwerking : Lokale ambachtslieden & nomadenfamilies
Mongolië – Ontwerpen met wat er al is
Sommige landschappen veranderen de manier waarop je naar materialen kijkt. Mongolië liet mij zien dat creativiteit vaak groeit wanneer de mogelijkheden kleiner worden, niet groter.
Ik werd uitgenodigd door een Nederlands bedrijf dat samenwerkte met lokale producenten van traditionele viltproducten. Hun ambitie was om samen met Mongoolse ambachtslieden nieuwe producten te ontwikkelen, voortbouwend op eeuwenoude technieken en materialen die lokaal beschikbaar waren.
De reis begon in Ulaanbaatar, waar alles direct anders liep dan gepland. Mijn bagage kwam nooit aan, dus de eerste uitdaging was het vinden van kleding op de lokale markt. Alles bleek een paar maten te klein. De weken daarna was ik waarschijnlijk de enige persoon op de Mongoolse steppe die onbedoeld in een navelshirt rondliep.
Gelukkig verliep het onderzoek zelf een stuk succesvoller. Er was geen atelier, geen voorbereid materiaal en geen programma. Voordat we konden beginnen, moesten we eerst de voorwaarden voor het onderzoek creëren. Langzaam ontstond er een geïmproviseerde werkplaats en uiteindelijk reisden we door naar de uitgestrekte Mongoolse steppe.
Daar verbleven we bij een nomadenfamilie in een traditionele ger. Omringd door eindeloze graslanden waren er geen wegen, geen verkeer, geen fabrieken en nauwelijks sporen van moderne infrastructuur. De stilte, de ruimte en het ritme van het dagelijks leven gaven een totaal andere kijk op het maken.
We leerden de traditionele techniek van het vilten, waarbij wol met water, zeep en de druk van blote voeten wordt omgevormd tot sterke textielen. Samen met de familie onderzochten we de materialen die het landschap bood: schapenwol, kameelhaar, leer, grassen, wilde bloemen en natuurlijke pigmenten. Elk materiaal kwam rechtstreeks uit de omgeving of van de dieren die met de nomaden meereisden.
We bezochten ook een traditionele ger-bouwer en zagen hoe iedere constructie volledig werd opgebouwd uit lokaal beschikbare materialen en kennis die al generaties lang wordt doorgegeven. Terug in Ulaanbaatar bezochten we musea en lokale markten, waar we borduurwerk, weeftechnieken en traditionele interieurs bestudeerden. Elk object vertelde een verhaal over klimaat, landschap en een nomadische manier van leven.
Op een avond bezochten we een oude vriend die we jaren eerder in Nederland hadden ontmoet. Hij ontving ons in zijn huis en gaf een privé-uitvoering van traditionele Mongoolse boventoonzang. Die eeuwenoude muziek in zo'n persoonlijke setting beleven, werd een van de meest bijzondere momenten van de reis en gaf opnieuw een inkijk in de rijkdom van de Mongoolse cultuur.
Wat mij het meest opviel, was niet wat er beschikbaar was, maar hoe zorgvuldig alles werd gebruikt.
Nomaden bezitten alleen wat ze kunnen meenemen. Er zijn geen overvolle schuren, geen eindeloze voorraad materialen en geen overbodige spullen. Elk object heeft een functie, elk materiaal heeft waarde en met iedere grondstof wordt zorgvuldig omgegaan. Leven met weinig had geleid tot een indrukwekkende cultuur van vindingrijkheid.
Wat mij daarnaast fascineerde, was dat vrijwel ieder materiaal weer veilig terugkeerde naar de natuur. Wol, leer, hout, grassen en natuurlijke pigmenten bevatten geen synthetische toevoegingen en lieten geen blijvende vervuiling achter. Het landschap leverde de materialen en na verloop van tijd werden die materialen vanzelf weer onderdeel van datzelfde landschap.
Dat werd de kern van ons onderzoek.
We onderzochten de creatieve mogelijkheden van de materialen die al onderdeel waren van het landschap. Eén experiment richtte zich op het verwerken van grassen en wilde bloemen in vilt, waarmee zowel de schoonheid als de uitdaging van natuurlijke materialen zichtbaar werd. Handgemaakte materialen laten zich niet standaardiseren. Iedere vezel, iedere stengel en ieder natuurlijk pigment heeft een eigen karakter. Door juist met die variatie te ontwerpen, kreeg ieder object een directe relatie met het landschap waaruit het was ontstaan.
Mongolië liet mij zien dat beperkingen vaak de bron zijn van innovatie. Werken met een klein palet aan materialen dwong ons beter te kijken, zorgvuldiger te experimenteren en de kwaliteiten te waarderen die industriële productie vaak probeert weg te werken.
Die ervaring vormt nog altijd een belangrijk onderdeel van mijn manier van ontwerpen. Ieder landschap bezit al waarde. Ontwerpen begint met het herkennen van wat er al is en het zichtbaar maken van het potentieel dat daarin verborgen ligt.
Rio de Janeiro – Ontwerpen vanuit de bron
Een onderzoeksreis met WWF naar Rio de Janeiro waarin de oorsprong van vervuiling zichtbaar werd, van het regenwoud tot de Baai van Guanabara. Het project vormt de basis voor een ontwerpbenadering waarin materialen en producten hun waarde zo lang mogelijk behouden.
Onderzoeksinformatie
Initiatief : Wereld Natuur Fonds (WWF)
Samenwerking : Anna Carolina Lobo (WWF Brazil)
Locatie : Rio de Janeiro, Brazilië
Focus : Circulaire systemen, stedelijke ecologie en materiaalwaarde
Rio de Janeiro – Ontwerpen vanuit de bron
Sommige onderzoeken blijven je nog jarenlang beïnvloeden. De uitnodiging van het Wereld Natuur Fonds (WWF) om in Rio de Janeiro te onderzoeken hoe ontwerp kan bijdragen aan een betere leefomgeving en een gezonder milieu, werd voor mij zo'n bepalende ervaring.
Samen met WWF Brazil Conservation Manager Anna Carolina Lobo beleefden we Rio vanuit uiteenlopende perspectieven. We lunchten met de burgemeester, spraken met journalisten, architecten, kunstenaars, ontwerpers en afvalverwerkers, bezochten exposities, dansten samba, ervoeren de onvergetelijke sfeer van een Flamengo-wedstrijd tussen duizenden zingende supporters en trokken van het regenwoud, via de favela's, naar het hart van de stad. Elke ontmoeting liet een nieuwe laag zien van de verbinding tussen mens, cultuur, natuur en de stad.
Eén wandeling veranderde mijn kijk op ontwerpen.
Onze wandeling begon bij Cristo Redentor, hoog boven Rio in het Tijuca Forest, onderdeel van het Atlantisch Regenwoud. Van daaruit volgden we een kristalheldere beek stroomafwaarts door het bos. Vogels vulden het bladerdak en het water was kraakhelder. Bij het eerste huis dat we passeerden werd huishoudelijk afval verbrand naast de rivier. De as spoelde het water in. Bij het volgende huis gebeurde precies hetzelfde. En bij het huis daarna opnieuw. Naarmate meer beekjes samenkwamen, voerde het water de vervuiling steeds verder mee richting de stad, totdat deze uiteindelijk uitmondde in de Baai van Guanabara.
Het stap voor stap zien ontstaan van die vervuiling heeft mijn manier van kijken blijvend veranderd. Ik zag hoe grote milieuproblemen ontstaan uit duizenden kleine, begrijpelijke keuzes. Producten kwamen aan in verpakkingen zonder blijvende waarde. Zonder een praktisch alternatief werd verbranden de meest logische oplossing.
Vanaf dat moment verschoof mijn aandacht. Niet langer stond de vraag centraal hoe we betere producten kunnen ontwerpen, maar hoe we producten, materialen en systemen kunnen ontwikkelen die hun waarde behouden. Wanneer iets waarde houdt, blijft het langer in gebruik en krijgt afval minder kans om te ontstaan. Ontwerpen wordt dan meer dan het maken van een object; het wordt een manier om systemen te versterken en de relatie tussen mens en omgeving te verbeteren.
Dat inzicht vormt nog altijd de basis van mijn werk. Elk onderzoek begint voor mij met dezelfde vraag:
Welke waarde kunnen we zichtbaar maken?
Zanzibar – Ontwerpen met lokale waarde
Een onderzoeksreis naar Zanzibar waarin lokaal vakmanschap en bestaande materiaalstromen het vertrekpunt vormden voor nieuwe ontwerpideeën. Samen met makers, Jenga en Cibap werd onderzocht hoe ontwerp de culturele en economische waarde van lokale productie kan versterken.
Onderzoeksinformatie
Initiatief: Ontwerp-expeditie Zanzibar
Samenwerking : Jenga · Kite Centre Zanzibar · Cibap Zwolle
Locatie : Paje, Zanzibar
Focus : Lokaal vakmanschap, fairtrade en productontwikkeling
Zanzibar – Ontwerpen met lokale waarde
Sommige plekken laten zien dat innovatie niet altijd begint met nieuwe technologie. Soms begint het met het herkennen van de rijkdom die er al is.
Samen met mijn vrienden Dim, productontwerper, en Melanie bracht ik enkele weken door op Zanzibar. Als ondernemers in het dorp Paje runnen zij Kite Centre Zanzibar, café Mr. Kahawa en Jenga, een fairtrade winkel die lokale makers de mogelijkheid biedt om hun handgemaakte producten rechtstreeks aan bezoekers te verkopen. Dankzij hun sterke verbondenheid met het eiland kregen we toegang tot ambachtslieden, werkplaatsen en lokale gemeenschappen. Jenga vormde daarmee het ideale vertrekpunt voor ons ontwerponderzoek.
Een week lang dompelden we ons onder in de cultuur, landschappen en ambachten van het eiland. We bezochten werkplaatsen, spraken met lokale ondernemers, verkenden bossen, stranden, koraalriffen en specerijentuinen en ontmoetten pottenbakkers, houtbewerkers, kleermakers, mandenvlechters, zeewierboeren en zeepmakers. Daarnaast bekeken we de grote diversiteit aan handgemaakte producten die in de toeristenwinkels werden verkocht. Elke ontmoeting liet een nieuwe techniek, een bijzonder materiaal of een eeuwenoude werkwijze zien. Tegelijkertijd onderzochten we de materiaalstromen en afvalproblematiek op het eiland. Net als in veel ontwikkelingslanden namen geïmporteerde producten en plastic verpakkingen toe, terwijl PET-flessen en ander afval vaak werden verbrand omdat goede alternatieven ontbraken.
Wat mij het meest raakte, was het uitzonderlijke vakmanschap.
Vrijwel alles werd met de hand gemaakt, uit lokale materialen. Aardewerk werd gevormd uit klei van Zanzibar. Lepels werden gesneden uit inheems hout. Manden werden gevlochten van grassen en palmvezels, gekleurd met natuurlijke pigmenten. Van zeewier werd zeep gemaakt. Daken werden bedekt met palmbladeren en huizen gebouwd van lokale aarde. Kennis en technieken waren eeuwenlang van generatie op generatie doorgegeven en leefden nog altijd voort.
De werkplaatsen konden vrijwel alles maken. Had je een tafel, lamp, schaal of overhemd nodig, dan besprak je dat rechtstreeks met de maker. Vaak kon je het de volgende dag alweer ophalen. Het eiland beschikte over een indrukwekkende maakcultuur, zonder afhankelijk te zijn van fabrieken of grootschalige industrie.
Eén observatie bleef mij bezighouden.
Het eiland kende een overvloed aan vakmensen, maar relatief weinig mensen werden gestimuleerd om nieuwe producten te ontwikkelen. Zodra een souvenir succesvol bleek, werd het al snel gekopieerd door andere werkplaatsen. Uiteindelijk lagen in veel winkels dezelfde producten. Het vakmanschap was uniek, maar juist daarin lag een enorme kans om nieuwe ideeën toe te voegen.
Dat werd de kern van ons onderzoek.
In plaats van nieuwe materialen of producten te introduceren, onderzochten we hoe nieuwe ontwerpideeën het bestaande vakmanschap konden versterken. Samen met Cibap in Zwolle organiseerden we twee ontwerp-expedities waarbij groepen studenten naar Zanzibar reisden om zich onder te dompelen in de lokale materialen, technieken en cultuur. Samen met de makers ontwikkelden zij nieuwe souvenirconcepten, geïnspireerd op de tradities, materialen en verhalen van het eiland.
Terug in Nederland werden de ontwerpen verder uitgewerkt. Vervolgens nodigden we Melanie uit om de collectie gezamenlijk te beoordelen. Samen met het team van Jenga en de lokale makers onderzochten we welke ontwerpen lokaal geproduceerd konden worden en onderdeel konden worden van de fairtrade collectie.
Dit project liet mij zien dat betekenisvolle innovatie vaak begint met het versterken van wat er al is. Nieuwe ideeën krijgen pas echt waarde wanneer ze voortbouwen op bestaande kennis en vakmanschap.
Dat inzicht vormt nog altijd een belangrijke basis voor mijn werk. Iedere plek bezit al waarde. Ontwerp kan die waarde zichtbaar maken, mensen, vakmanschap en cultuur met elkaar verbinden en nieuwe kansen creëren, zonder te verliezen wat een plek juist zo bijzonder maakt.
